Home  Ľ  Onze missie
28/05/2014 Missie

Al sinds we het besluit namen om naar een nauwelijks ontgonnen land te vertrekken, houdt ons de volgende vraag voortdurend bezig: “Is het terecht dat we vanuit de Bijbel en met name de eerste 11 hoofdstukken van Genesis opmaken dat het voornaamste levensdoel van de mensheid bestaat uit het – als God’s rentmeester – bewerken en in cultuur brengen van en heersen over de gehele aarde, tot eer van de Schepper?

 

En zo ja, de volgende vraag: “Waarom krijgt zo iets cruciaals dan zo bizonder weinig aandacht en leven wij alsof er niet zo’n scheppingsopdracht en geen spraakverwarring geweest is, met als bijgevolg dat grote delen vurchtbare aarde nauwelijks benut worden en er wereldwijd schrijnend tekort is aan gewoon brood en evenzeer aan “levend Brood”?

 

En als derde een vraag die heel veel Westerlingen hebben en toch niet afdoende beantwoorden: “Hoe kunnen wij het bestaan dat wij onze te grote overvloed aan onszelf blijven besteden en te accepteren dat er dagelijks tienduizenden medemensen sterven ten gevolge van ondervoeding?

 

Ter illustratie van “te grote overvloed”: tel morgen het aantal soorten jam of hagelslag eens dat bij uw supermarkt op het schap staat. Of bekijk de lijst met meest voorkomende ziekten in Nederland en zie eens wat daar de oorzaak van is. Of vraag je eens af wat de diepste, enkelvoudige oorzaak is van milieuverontreining, asielzoekers en files. Als je weer enkele weken in Nederland bent, heb je soms het gevoel dat je in de dining room van de Titanic zit, waar obers en muzikanten en gasten onverstoorbaar doorgaan. Heel plezierig trouwens, daar genieten we echt van, maar er knaagt iets...., er klopt iets niet!

 

De komende maanden wil ik proberen de hele gedachtengang op deze website uit te schrijven. Met het dringende verzoek om mee te lezen, mee te denken en betere denkrichtingen aan te geven (jjhaar@wxs.nl). Immers, wij weten maar ten dele en ons kennispeil is echt niet groot genoeg om alles te doorgronden. Verder kunnen ook de lange avonden op de eenzame hooglanden in Afrika ons parten spelen. Bovendien heb ik deze vragen ook zo’n 40 jaar genegeerd, is mijn BMI ook nog steeds te hoog en hebben wij ook muisjes, vlokken en hagelslag op tafel staan. Een hoge mate van bescheidenheid is dus op zijn plaats.

 

En toch, volgens mij gaat het hier over één van de hoofdpijlers van ons bestaan, coram Deo. Over de essentie van het menselijk bestaan op deze aarde. En dit kunnen en mogen wij niet opzij blijven zetten.

 

Voor een opiniediscussie in het Reformatorisch Dagblad had ik onderstaand stuk geschreven, dat verwerkt is tot een opinieartikel op 5 oktober 2012. Een enkel A4tje over zo’n wijds onderwerp kan echter nooit de strekking bevatten, wel de grondtoon. Vandaar dat ik hier de uitgebreidere versie plaats. Een andere samenvatting is vorig jaar afgedrukt in Zicht Op Zending: nummer 2011-4, pagina 10. Een wat 'politiekere' insteek is verwoord in een bijdrage aan In Contact (2013-2).

 

                                                ----------------------------------------------------------------------------------

 

Ontwikkelingshulp is onbijbels: het is dus geen overheidstaak en zeker geen christentaak.

 

Zestig eeuwen lang bestond er geen ontwikkelingshulp. Na de Tweede Wereldoorlog besloot het rijke westen vanuit de luxe stoel een deel van onze overwinst te besteden aan de arme drommels daar ergens ver weg. De “verre naaste” kun je het beste ver weg houden, niet naast je. Dat was beter voor iedereen. Zo begon Mr. Ontwikkelingshulp in 1948 zijn carriere en pas volgend jaar gaat hij eindelijk met pensioen.

 

Iedereen die wat nauwkeuriger leest en nadenkt, kan weten dat de Westerse ontwikkelingshulp een mislukking was, is en zal blijven. Het staat namelijk haaks op Gods Woord. Christenen weten dat al veel langer. De Bijbel houdt ons een duidelijke richtlijn voor, die de arme naaste een gerede kans biedt. Misschien verbaast u zich als u dit leest, maar de veelgenoemde Bijbelse tienden hebben nauwelijks iets met de armen te maken. De Israelitische tiende was de afdracht van de 11 stammen voor de 12e stam, voor de stam van Levi, om de tempeldienst in ere te houden. Daarnaast mocht je als boerengezin elk jaar je eigen tienden meenemen naar de tempel, in natura - of als het te ver lopen was - ten gelde gemaakt. Om daar voor het aangezicht van de Gever er heerlijk van te genieten, zelfs met wijn en sterke drank.

 

En eens in de drie jaar was er een tiende voor de armen, waar zij dan van hartelust van mochten genieten. Nee, van zo’n overvloedige maaltijd eens in de drie jaar werd je niet rijk. De armen werden dagelijks heel anders bedeeld. Diegenen die geen mogelijkheid hadden om hun eigen kost te verdienen, moesten geholpen worden: dat waren de weduwe, de wees en de vreemdeling. Voor hen liet men bij de oogst de gevallen garven liggen en voor hen werden de hoeken van de akkers niet afgemaaid. En wat in elk sabbatsjaar vanzelf opkwam, was bestemd voor deze arme naasten. Dat moesten ze wel zelf gaan oogsten. Dit is de Bijbelse grondslag voor hulp aan de armen: laat hen doen wat ze kunnen doen. Wie niets kan, doet niets – noodhulp heet dat -, wie iets kan, doet iets. Zo overleefde de overgrootmoeder van David de armoede als vreemdelinge en weduwe in Israel, hardwerkend: Ruth werd om haar vlijt geprezen.

 

Veel belangrijker voor de armoedebestrijding is de Bijbelse notie dat je je arme broeder leent! Lees maar na in Deut. 15:7-8 en Psalm 37:26. Ook de Heere Jezus noemt deze manier van geven in de Bergrede (Matth. 5:42). Als je aan iemand leent, is hij een gelijkwaardige partner, aan wie je jouw vertrouwen schenkt; waarbij je uitspreekt dat je van hem verwacht dat hij capabel is om hiermee zelf zijn kost te verdienen, eventjes geholpen met geleend goed.

 

Als je een poosje in Afrika rondloopt, zie je het trieste gevolg van de onnadenkende Westerse vrijgevigheid. Overal volwassen mensen, die de schaamte voorbij zijn, en hun hand bedelend ophouden. Keurige heren in driedelig kostuum die zonder enige gêne om geld vragen. Jonge boeren die het raar vinden dat wij kostbaar pootgoed in het dorp afleveren en niet eens naar hun akker brengen, want ja, dat deed die vorige goededoelenstichting met maiszaad ook.

Geven corrumpeert. Iets krijgen zonder dat je er wat voor hebt hoeven doen, verprutst mensen. Maar de verre naaste, jawel, die helpen we zo. Ondertussen hebben we miljarden en miljarden aan de ontwikkelingslanden gegeven. En we blijven ons verbazen over het magere resultaat....

 

Wat dan? Op afstand kun je toch niet lenen? Als je iemand niet kent en je ziet zijn werk niet, is het geven van een lening toch van de pit ontdaan? Dat zal dan toch ook niet werken, of je moet er naast gaan wonen.

 

Volgens mij is dat de kern van het probleem. Gods Woord vraagt ons nergens om geld te geven aan verre naasten. De Heere vraagt niet ons geld, de Heere vraagt onszelf. Lees maar mee: eerst de trouwtekst en roeping van Adam en Eva, Genesis 1:28: “Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!”

De Heere schiep ons als mens op aarde naar Zijn Beeld, om in Zijn Naam deze aarde te bouwen en te bewaren. Totdat de mens geschapen werd, was de aarde vrijwel kaal, onbeplant. De Heere God maakte een prachtige hof in Eden voor het jonge stel en de rest lag klaar om door hun kinderen aangelegd en ingeplant te worden. Lees maar verder, Genesis 2: 5 wordt zo vertaald: “er was nog geen enkele veldstruik op de aarde en er was nog geen enkel veldgewas opgekomen, want de Heere God had het niet laten regenen op de aarde; en er was geen mens om de aardbodem te bewerken.”

 

Ziet u: het levensdoel van de mens was om Zijn Schepper te eren, zelfs te vertegenwoordigen als rentmeester. De aarde onderwerpen en beheersen, dat was het doel van ons, nu doelmissers. En daarvoor was het nodig om vruchtbaar te zijn en de aarde te vervullen. Vaak wordt er een punt gezet achter het middel: “Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u..... “ Maar het gaat om de rest van de zin, het doel: “...vervult de aarde en onderwerpt haar en hebt heerschappij.....”.

 

Landbouwkundigen vertellen ons dat nog maar de helft van de geschikte landbouwgronden op aarde wordt benut. En dat op die akkers overal op de wereld gemiddeld nog niet de helft geproduceert wordt van wat er kan groeien. Deze aarde kan gemakkelijk 30-40 miljard mensen voeden en het gaat nu al fout met 8 miljard. Hoe komt dat? Dat komt omdat wij Westerlingen  - die precies weten hoe je dat moet doen en daar ook het geld en de middelen voor hebben – het vertikken om ons geriefelijke vaderland te verlaten en de opdracht “vervult de aarde en onderwerpt haar” uit te voeren. Doelmissers. Enorme ongebruikte arealen landbouwgronden liggen te wachten op ons. Maar “er was geen mens geweest, om den aardbodem te bouwen”.

 

Daarmee zouden onze medeburgers in de ontwikkelingslanden pas geholpen zijn. Als wij onze rijkdom, inzichten en kennis delen met hen, dagelijks, ter plekke. Dat zal helpen, want dit is precies wat onze Schepper ons al duizenden jaren voorhoudt om te doen.

De mensen die een toren bouwden in Sinear dachten en deden al precies eender als wij. Ze zeiden: “Laten we oppassen dat we niet over de aarde verspreid raken, maar gezellig en nuttig bij elkaar blijven wonen”. “Nee”, sprak God, “Ik zal ze verspreiden”. En daar gingen ze, onverstaanbaar mopperend.

 

Kijk eens naar een satelietfoto van de aarde bij nacht, of de verspreidingskaart van Facebookgebruikers. Daar waar de aarde oplicht is de dichtheid van mensen en hun (elektronische) ontwikkeling blijkbaar te hoog. De massieve duistere vlekken in Afrika en Zuid-Amerika roepen ons toe om te komen. Hier liggen de duizenden hectares vruchtbare grond te wachten op de mensenhand, om alle mensen en kinderen van een goede boterham te kunnen voorzien. Te vergenoegen met voedsel en deksel.

 

Ontwikkelingshulp met pensioen? Hoe dan verder? Het Bijbelse antwoord is niet “geef”, maar “ga!”. Stop met collecteren, zou ik zeggen. Ga de deur langs met intekenlijsten. Mensen gevraagd, dringend mensen gevraagd, mensen temidden van mensen gevraagd. Laat elke 12 christengezinnen rond de tafel gaan zitten en laten ze afspreken wie er gaat. De andere 11 weten dan raad met hun tienden. En collectief mogen we dan doen wat onze Schepper al eeuwen van ons vraagt: “Gaat henen, naar je naasten”. “Leer hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb”, ook het gaan.  “En Ik ben met u, tot het einde der aarde”. Goede reis!

 


Contact Wilt u meer weten?
Neem dan contact met ons op via het contactformulier.
Disclaimer Familie Van de Haar in EthiopiŽ ©2011 | Sitemap | Contact