Home  Ľ  Nieuws  Ľ  De kloof en de brug
09/09/2013 De kloof en de brug

Overpeinzingen over de oorzaken van wrijvingen tussen achterban en veldwerkers

 

Dit stuk is geschreven vanuit onze gestaag groeiende ervaring dat tal van Nederlanders-in-den-vreemde over het geheel genomen meer last dan steun van hun directe achterban ervaren. Het is geschreven ter overdenking en om bijgestuurd en aangescherpt te worden. Stuur me a.u.b. uw kritiek en aanvullingen. Want het gaat om levens. Levens van mensen ver weg, veelal weggetrokken vervuld van goede bedoelingen. Als leesregel: taaltechnisch is het verzamelwoord ‘veldwerker’ mannelijk, daarom lees je overal ‘hij’. En voor mij is ‘ver weg’ in dit stuk ‘Afrika’, omdat ik alleen met dat continent ervaring heb.

 

1. Overal een eender menselijk patroon

Als je mij tien jaar geleden gevraagd had om naar het buitenland te vertrekken, zou ik je waarschijnlijk uitgelachen hebben. Dat leefde niet voor ons. In die tijd woonden we als Gelders gezin met veel vreugde in Friesland. We hebben daar een hele goede tijd gehad, vijftien jaar lang in een Fries plattelandsdorpje.

Weliswaar temidden van allerlei verwikkelingen in de diverse kerken en diepgaande problemen op de basisschool, die in de kleine dorpen een enorme impact hadden. In die tijd hebben we geleerd hoe gemakkelijk mensen tegenover elkaar kunnen komen te staan. En hoe moeilijk het is om daarna weer samen op te trekken. Samenwerken in Nederland is al moeilijk genoeg. Al liggen de provinciale culturen niet eens erg ver uit elkaar en spreek je haast dezelfde taal.

 

Wat ik in Friesland in mijn werk ook geleerd heb, is hoe lastig het is om vanuit een kantoor samen te werken met mensen in het veld, in Friesland, in Nederland, in Zuid-Europa, in het Midden-Oosten en in Noord-Afrika. Elk jaar was het weer een hele toer om alle gegevens van de tientallen proefvelden bij elkaar te krijgen. De helft kreeg je niet, en van de andere helft vertrouwde je de helft niet. Het motto toen was: “Als je goede resultaten wilt hebben, moet je er zelf bij zijn”. Vooral in de jaren dat ik af en toe naar Israel en Egypte ging, heb ik gezien en soms pijnlijk meegemaakt 1) hoe lastig het aansturen op afstand is en 2) hoe snel een misverstand kan ontploffen.

Aansturen op afstand vergt inzicht, begrip, bescheidenheid, eenduidigheid en tact. Of die afstand nu zes, zeshonderd of zesduizend kilometer is......

 

2. Voorbereidingen op grond van deze ervaringen

Toen wij in 2006-2007 onze Ethiopia-plannen aan het invullen waren, stond voor mij daarom ook als een paal boven water dat dit in een structuur moest, die op dit punt “waterproof” was. Want wij wilden een commerciëel bedrijf in de rimboe beginnen, geholpen door risicodragend investeringsgeld, subsidies en bijdragen die we via derden inbrachten. En dit geld moest zo goed mogelijk ingezet worden, terwijl de som van de combinatie Afrika x akkerbouw x meerjarig uitgangsmateriaal een bizar lastige en langdurige zou zijn.  

De gulden middenweg die we als bestuurders vonden, was als volgt: 1) niemand kan iemand overheersen, zodat alle besluiten unaniem genomen moeten worden en 2) toch kan de aandelenverhouding gelijkwaardig zijn aan de inbreng. Dit deden we door in de aandelen naar rato van de verwachte inbreng te verdelen, terwijl over alle zaken die de bedrijven direct aangaan, de stemverhouding van achterban en veldwerker 50%-50% is. Op deze voet werken we nu al die jaren samen. En tot nu toe hebben we nooit klem gezeten in de besluitvorming: een bezwaar dat altijd op voorhand wordt geopperd bij zo’n structuur.

 

3. De onthutsende realiteit in Ethiopia

Tot mijn verdrietige verrassing bleek dat bij tal van bedrijven en instellingen in Ethiopia op het vlak van de afstemming en relatie tussen de Nederlandse kant en de Ethiopische kant er stevige problemen zijn. Ik denk dat als ik stel dat niet meer dan een kwart zonder dergelijke problemen functioneert, ik erg optimistisch ben. We kunnen je tal van verhalen vertellen over nare, verdrietige en uiterst pijnlijke situaties bij bedrijven, kerken en NGO’s. Enorm, wat een spanningen kunnen mensen doen ontstaan.

 

In het begin denk je dat dit komt door de eigen-aardigheden van de Ethiopiërs of door typische lastigheden van Ethiopia. Maar in de loop van de tijd ga je zien dat de oorzaak dieper zit. Vooral toen ik de levensbeschrijving van William Carey, de Schotse zendings-pionier in India las. Ongelofelijk, wat een trammelant die man – toen al – gehad heeft met zijn thuisfront. Een mooi boek, waarin de wonderen van zijn God scherp afsteken tegen de rommelarij van ons mensen. Daarna kreeg ik het boek van ds. Kuijt, zendingspredikant in Irian-Yaja. Mooi boek, maar opnieuw wordt je verdrietig als je leest hoeveel onenigheid er ontstond tussen hem en de deputaten in Nederland. Hij liet tenslotte zijn vrouw de correspondentie maar doen....... Het is dus niet iets van vandaag.

 

De volgende voorbeelden gaan allemaal over niet-Ethiopiërs, veelal Nederlanders: vlakbij ons woonde een stakende teeltmanager die weigerde nog langer te werken zolang de directie in Europa niet kwam om zich te verdiepen in wat hier echt speelde; een eenzame verpleegster die zo snel ze kon een eigen stichting oprichtte, omdat de thuisstichting zich zelfs dwingend met de kleur verf bemoeide die op de kozijnen moest en boos was als een weesje straf kreeg; een manager die z’n bedrijf ziet mislukken omdat de Nederlandse bestuurders weigeren zich te verdiepen in de Ethiopische regelgeving en daarom zijn licenties niet kan krijgen; een weeshuis dat huilt omdat het thuisfront onenigheid kreeg met de leiding en daarom de financiering stopte; een mega-project op boomteelt dat in elkaar stort omdat de drie Nederlandse aandeelhouders zonder enige Afrika-kennis de manager met tegenstrijdige e-mails bestoken; een echtpaar dat huilt van ellende als de Franse aandeelhouder weer op bezoek geweest is en plan nr. 63 gepresenteerd heeft; een Nederlandse manager die elk kwartaal weer andere suggesties te horen krijgt en probeert al deze losse eindjes aan elkaar te blijven knopen; een Belg die een heel ander plan uitvoert dan zijn aandeelhouders weten, omdat hun voorstellen alleen in België prima kunnen werken; een Amerikaan die zulke strenge Amerikaanse veiligheidregels over voeding en dieren moet hanteren die echt niet kunnen in dit land; Ethiopische predikanten die het salaris wat hen toegezegd was niet ontvangen, omdat de financiele stromen vanuit Nederland niet goed geregeld zijn...

 

En als ik al zulke verhalen uit de buurt leg naast het nieuws dat ik als buitenstaander in kranten en tijdschriften lees en vroeger al las over Malawi, Indonesië, over stichtingen met allemaal mooie Bijbelse namen, over wat er binnen NGO-projecten gebeurde, in Sudan, in Uganda, de problemen hier in Koriftu, in Debre Zeit en wat je van intimie hoort vanuit de grote zendingsorganisaties. Dan houd je niet zoveel illusies meer over..........

 

4. Een aanzet tot analyse van de oorzaken

Waar komt dit door? Volgens mij is er maar één antwoord. Door onze menselijke tekorten, die van ons als Nederlanders. En de aanleiding is vrijwel zonder uitzondering afkomstig uit één van de twee categoriën: het is of “kwaadaardigheid” of “misverstand c.q. onbegrip”.

 

Want in deze verre landen werken en komen mensen met voornamelijk goede bedoelingen. En zij worden vanuit Nederland gesteund door opnieuw mensen met goede bedoelingen. Ik denk dat als je alle verhalen zou analyseren, je dan steeds zult zien dat het conflicten geworden zijn van allemaal mensen-met-goede-bedoelingen. In bijna alle gevallen zie je dat het nemen van (verkeerde) beslissingen door goedbedoelende mensen die onvoldoende weten hoe de vork in de steel zit een kernpunt is.

Slechts in een uitzonderlijk geval zie je dat er sprake is van opzettelijke kwaadaardigheid. Dat er werkelijk iemand tussen zit die een verkeerd oogmerk heeft. Maar dat geval heb ik gelukkig maar weinig gezien.

 

Hoe kan het dan, dat als iedereen het goed bedoelt, het toch zo vaak zo’n chaos wordt?? En bij christenen zeker niet minder dan bij niet-christenen? Deze vraag houd me al jaren bezig en naar mijn gevoel komt het grotendeels door “onbegrip”. Niet begrijpen. Gevolgd door “onverantwoord oordelen”.

 

  • Onbegrip vanwege de andere cultuur op grote afstand

Afstand veroorzaakt onbegrip. Zelfs in Nederland wil je graag iemand in de ogen zien, om een belangrijke zaak te bespreken. Dat doe je niet over de telefoon. Ethiopia is nog verder weg. En is ook echt een andere wereld. Nederland staat op de ontwikkelingsranglijst als zesde van boven, Ethiopia als zesde van onderen. Tegenpolen.

 

Afstand brengt met zich mee dat je vanuit Nederland maar een heel klein deel van de werkelijkheid kunt meemaken. Dit is enigszins te verlichten - maar niet op te lossen - door uitgebreide nieuwsbrieven. Ook foto’s kunnen helpen. Maar iedereen die voor het eerst naar Afrika komt, verzucht zoiets als “je moet het echt eerst gezien hebben om een goed beeld te krijgen”. En degenen die enkele maanden hier gewoond hebben, verzuchten hetzelfde: “je moet eerst enkele maanden erin gezeten hebben om het te begrijpen”. En na ruim zes jaar hier gewoond te hebben, krijg ik het gevoel dat we nu zo langzamerhand niet al te veel nieuwe dingen meer meemaken. We beginnen de Ethiopiers enigszins te begrijpen.

Ik zie het ook binnen ons bestuur. In de eerste jaren heb ik enkelen wel eens uitgenodigd om een week met ons op te trekken, om een indruk te krijgen wat het in de praktijk betekent om hier te werken en te wonen. Maar zelfs enkele weken verandert daarin nauwelijks iets. Eén van hen heeft hier enkele keren wekenlang met de mensen samengewerkt en je ziet het positieve gevolg, omdat hij doorgekregen heeft hoe de werkelijkheid werkt. En aan de andere kant zie je dat hij nog veel voorzichtiger wordt met plannen en prognoses....

 

Een land bezoeken is iets totaal anders dan in een land werken. Een rijke blanke bezoeker wordt niet ingewijd in de dagelijkse realiteit, wordt per definitie op afstand gehouden. Alles wordt voor hem geregeld, het nare verborgen gehouden en een bezoeker in Afrika zal niet snel tekort komen. Als je denkt dat je Ethiopia kunt doorgronden als je er wel twintig keer steeds enkele weken als bezoeker geweest bent, heb je het leven niet begrepen.

 

Zodra je naast en temidden van de mensen komt te staan en wekenlang gewoon iets wilt doen met dezelfde middelen als zij hebben, ga je door die facade heenprikken. Dan pas merk je hoe schaars middelen zijn, hoe gebrekkig de kennis is en hoe klein vaak het doorzettingsvermogen is.

Om toch zo veel mogelijk de Ethiopische werkelijkheid te laten meespelen, hebben we als bestuur afgesproken dat we tweemaal per jaar in Ethiopia vergaderen. Dat is beter dan in Nederland. Maar niemand zou vervolgens blij zijn als we dan de doorsnee Ethiopische hotels en dagritmes zouden toepassen. Of niet voor dubbele sets reservewielen en meerdere auto’s zouden zorgen. Dus ook daarmee bereik je nog steeds niet het normale leven. Een buitenstaander staat nu eenmaal buiten.

 

  • Onbegrip door missen van informatie

Wat ook meespeelt, is dat wij – hedendaagse mensen – niet lezen. Van een zorgvuldig opgestelde nieuwsbrief blijkt gewoonlijk tweederde niet opgenomen te worden. Dat had iedere communicatiedeskundige je al kunnen vertellen en zo is het in werkelijkheid ook echt. We hebben het wel doorgelezen, maar niet opgepikt. Korter en bondiger schrijven zorgt ervoor dat er relatief meer blijft hangen, maar de te korte zinnen gaan als one-liners een eigen leven leiden, los van de achterliggende broodnodige nuances van het hele verhaal.

Ik merk het ook met mailtjes. Je kunt veel beter drie mailtjes sturen met een enkele vraag, dan een mailtje met drie vragen. En ook met presentaties: het is heel nuttig om ook die in de notulen op te nemen, maar dan blijven nog alleen de trefwoorden hangen. Vluchtigheid is onze hedendaagse vijand. En zelfs al zou iedereen alles netjes opnemen, dan nog is de poging om met nieuwsbrieven en rapporten de veelmeeromvattende werkelijkheid over te brengen tot mislukken gedoemd.

 

Een bijkomend aspect is dat de Nederlandse achterban veelal als kerntaak heeft het controleren van de zorgvuldige besteding van de vergaarde gelden. Daarom hebben de meeste achterbannen voldoende financiëel onderlegde mensen in hun midden opgenomen, die cijfermatig de controle sluitend kunnen maken. Van nature zijn dit meestal ook de mensen die qua karakter en hun beroepsmatige risico-mijding totaal anders tegen de uitdagingen aankijken dan de ‘waaghalzen’ in het veld, die het veilige huis en haard verlaten hebben en in den vreemde dolen. Zelfs een blad als Autoweek kan je dit verschijnsel laten zien wanneer ze de voorkeurmerken van de verschilllende beroepsgroepen presenteren. Deze moeilijk te voorkomen overwaardering van zwart-op-witte veiligheid zorgt daardoor mede voor een onbalans in inzicht, waardering en begrip van de realiteit. De benodigde niet-cijfermatige essentie van de gang van zaken in het veld wordt dan node gemist in de eenzijdig overhellende discussies.

 

  • Oordelen zonder voldoende kennis

Het derde dat meespeelt is dat wij zo vaak geneigd zijn toch te oordelen zonder dat we de feiten voldoende kennen. Doe ik ook veel te vaak. “Een goed verstaander en het halve woord”, denk je dan.  Keizer Marcus Aurelius zei: “Hoe ouder een mens wordt, hoe minder hij oordeelt en hoe milder”. En Koning Jezus zegt: “Oordeelt niet”. Ook met zorgen kun je zien hoe snel wij ons eigen beeld maken. Iemand die een uur te laat is, kan door duizend verschillende redenen vertraagd zijn. Maar een bezorgde moeder ziet slechts haar kind onder een auto bij de drukke oversteekplaats......

 

Wanneer je niet op de hoogte bent van de achtergrond waarin zaken ver weg zich afspelen, kun je alleen maar oordelen vanuit je eigen Nederlandse cultuur en omstandigheden en daarom in veel gevallen de plank volledig misslaan. En dat wordt al snel gedaan. Wereldwijd staan wij als Nederlanders toch al bekend als de pedante betweters met het opgestoken vingertje, die wat ze denken te weten ook zomaar zonder omwegen hardop uitspreken.......

 

  • Oordelen vanuit emoties

Het vierde wat ik zie is de vertroebelende kracht van de bril van de emotie. Als er een incident heeft plaatsgevonden of de publieke opinie heeft zich geroerd, kan het zijn dat de emoties daarover nog jarenlang een evenwichtige discussie over de gehele werkelijkheid onmogelijk maakt. Menselijkerwijs heel logisch. Angst is een slecht raadgever. Als de zorgen over de financien groot zijn, dan verstommen discussies over bv. marketing en de uitwerking ervan volledig. Het moeilijkste aspect krijgt door de bijbehorende emoties onevenredig veel of zelfs alle aandacht, waardoor de andere aspecten onderbelicht worden en ook spoedig zullen verslechteren. Nuchterheid is een groot goed, nodig om de balans met emoties gezond te houden.

 

  • Oordelen over de generatiekloof heen

Het vijfde dat meespeelt is de vaak voorkomende generatiekloof. Besturen die veelal bestaan uit seniore ‘babyboomers’ moeten toezicht houden op en samenwerken met de jongere ‘generatie Nix’ ver weg. Als je een heldere beschrijving over deze kloof wilt lezen, lees dan het eerste hoofstuk van het interessante boek van A. van den Beukel, getiteld: “Geen beter leven dan een goed leven”.

Een bijkomend aspect is de boeiende doch soms pijnlijk kloof die er van nature bestaat tussen de enthousiaste pioniers in het veld die achter ieder probleem de andere mogelijkheid blijven zien versus de veelal bezonnen achterban die met boekhouderservaring geleerd hebben om achter elke mogelijkheid problemen te zien. Pioniers zijn meestal niet de meest verlegen personen, vanzelfsprekend uitgerust met een behoorlijke dosis durf. Dat moet ook wel, want wie voortdurend met twee benen op de grond wil blijven staan, komt nooit ook maar ene stap vooruit. En die instelling strookt weer lang altijd niet met de voorzichtige Hollandse houding van doe-maar-gewoon en kijk-maar-uit en laat-maar-eens-overwinteren.

 

Samengevat in één zin: als je enerzijds onvoldoende informatie hebt kunnen opnemen en anderzijds je de praktijk van Afrika niet van binnenuit kent, zul je als achterban nooit in staat zijn om een passende mening te vormen over die weerbarstige realiteit, laat staan wanneer ook nog emoties en een beperkt inlevingsvermogen dit proces vertroebelen.

 

Op afstand sturen is een uiterst complexe en delicate aangelegenheid.

 

5. De benodigde houding en eigenschappen voor een evenwichtige samenwerking en ondersteuning

De enkele instellingen en bedrijven die ik ken, die tot op heden gevrijwaard zijn van dergelijke problemen, zijn óf nog maar net enthousiast begonnen óf hebben het geluk om bestuurders te hebben die uitblinken in bezonnenheid. Deze stille mensen kennen hun capaciteiten en ook hun beperkingen en weten daar bescheiden en wijs mee om te gaan. Ze hebben niets met camera’s, noch met die van henzelf noch met die van anderen. Spaarzamelijk zul je hen horen spreken. En door hun eenvoudige, doordachte vraagstelling krijgt de veldwerker van hen lessen mee waar je nog weken over na kunt denken.

 

Deze bewuste bescheidenheid is een groot goed en stemt overeen met het beeld van Romeinen 12, waarin de christelijke gemeenschap geschetst wordt als een lichaam met tal van verschillende leden. Ieder heeft zijn eigen functie en daarbij horende capaciteiten, die aangevuld worden door de talenten die juist de ander weer heeft. Zo nu en dan ontmoet je mensen die het idee hebben dat zij zo breed getalenteerd zijn zodat zij een heel lichaam vormen, maar juist het inzicht en erkenning dat ieder mens slechts een deel van het geheel is, houdt een mens gezond en aangenaam. Elke achterban en elk team van veldwerkers heeft die mensen nodig die “onbewust-bekwaam” zijn m.b.t. hun talenten en “bewust-onbekwaam” m.b.t. hun ontbrekende capaciteiten. De bewust-bekwame zwaargewichten struikelen al snel over hun eigen benen en de onbewust-onbekwamen zijn een regelrechte ramp.

 

6. Welk type mensen hebben we hiervoor nodig?

De jarenlange weerbarstige realiteit is blijkbaar dat de relatie tussen thuisfront en veldwerkers-ver-weg een delicate aangelegenheid is, die in de meeste gevallen al te spoedig vertroebelt. En blijkbaar hebben we tot op heden dit nauwelijks kunnen beheersen of voorkomen. De druk die dit op de veldwerkers legt is moeilijk te onderschatten, evenmin als de frustratie bij het thuisfront in de lage landen bij de zee.

 

Laat ik het verschil in aansturen van mensen in Nederland en in ‘Verweggistan’ eens proberen te duiden door het te vergelijken met het optuigen van een paardenkar voor je zoon, voor twee verschillende doelen.

  • Wanneer hij op een mooie lentemorgen met onze bedaagde pony voor de tweewielige tilbury een rondrit wil maken over de rustige asfaltlinten van de Flevopolders, kun je het elegante tuigset gebruiken dat van fijn leder gemaakt is. Dat wordt een mooie rit! Onderweg kun je hem even bellen en adviseren om toch via de heropende Knardijk te rijden.
  • Als hij echter tijdens een striemende herfststorm een volgeladen vierwielige bomenkar getrokken door een ontstuimig stel Belgisch trekpaarden door de Veluwse bossen wil loodsen, doe je er verstandig aan om het dubbele leren sleeptuig te pakken en een reserveset mee te nemen plus een tang en leermes voor de reparaties onderweg. En denk dan niet dat je van thuis uit wel even een belletje kunt plegen om hem te adviseren hoe hij de vastgezogen kar weer uit de moddersporen moet krijgen of te horen hoe ver hij al is.

 

Oftewel, wanneer het aankomt op het aansturen van entiteiten in Nederland, dan is de gewone bemanning van adviseurs en ervaringsdeskundigen genoeg. Zij praten allemaal vanuit dezelfde achtergrond en kennen de klappen van dezelfde zweep. En je bent er bij.

Maar als het aankomt op het aansturen van entiteiten ver weg in een totaal andere cultuur en klimaat, dan voldoet een thuisfront alleen als het mag beschikken over wijze en bescheiden steunpilaren, die weten dat het op afstand overnemen van de teugels een onmogelijkheid is en daarom uitmunten in meedragen en luisteren en vragend meedenken.

 

Simpelweg kunnen we vaststellen dat een achterban in Nederland een ontzettend complexe en zware taak heeft om op een verstandige en constructieve wijze met veldwerkers in den vreemde samen te werken. Dit vereist alle aandacht en een hoge mate van wijsheid en deskundigheid, bijgestuurd middels een gezonde contactfrequentie die weer past bij de mate van het geschonken vertrouwen.

 

We hebben bedachtzame mensen nodig, die enerzijds vanuit hun expertise en ervaring daadwerkelijk kunnen meedenken en anderzijds de levenswijsheid hebben opgedaan om de hun ontbrekende (cultuur)ervaring te erkennen en daarom zich bescheiden en met een open oor naast de veldwerkers opstellen. Om samen op basis van heldere en geformuleerde afspraken telkens elk misverstand proberen te voorkomen. En vanuit dit vertrouwen de somtijds overenthousiaste veldwerker weer even met beide benen op de grond zet.

 

En helaas ontbreekt het te vaak aan zulke ‘reuzen’, omdat we denken dat iedereen dat wel moet kunnen. Vrijwilligers zijn toch al zo moeilijk te vinden.......

 

En daarom gaat er van huis uit zoveel mis.

 

7. De opstelling van de veldwerker

Aan de andere kant staat de veldwerker. Een professional die ver van huis tussen vreemden zijn werk probeert te doen. Die dagelijks de hindernis van de grote verschillen tussen zijn oorspronkelijke cultuur en de cultuur van het gastland ervaart en daarin ook langdurig een leek blijft. Die daarbij niet omringd wordt door familie, vrienden en kennissen waar hij regelmatig langs kan om van hart tot hart te praten over de talrijke zaken die hem bezig houden.  In de regel wordt er geen overmaat aan veldwerkers naar één bepaalde plek uitgezonden en een actieve veldwerker fungeert als een magneet voor allerhande extra werkgerelateerde bezigheden. Een veldwerker heeft daardoor als eenzame allrounder een baaierd van zaken onderhanden en een evenredig aantal urgenties vraagt zijn constante aandacht, belangrijk of niet.

 

Daarom is het zo goed als veldwerkers niet alleen, maar in tweetallen worden uitgezonden. Dit was ook de manier waarop de Heere Jezus Zijn discipelen op pad stuurde. Elk mens heeft iemand nodig om te reflecteren of simpelweg even het hart te luchten.

 

Wanneer je voor een lange tijd als eenling werkt in een omgeving waarin je als kundige Westerling gewoonlijk alle credits krijgt toegespeeld, is het gevaar groot dat dit je een eigenwijze eigenheimer maakt. Je krijgt nauwelijks tegenspraak. Een verschijnsel dat ook in het onderwijs voorkomt, waar een docent ook mijlen kennisvoorsprong heeft op zijn honderden leerlingen die hij elke week lesgeeft. Wij hebben dagelijks correctie en sturing nodig, om te blijven beseffen hoe beperkt ook je eigen grijze massa is.

 

Om de ‘onbegrip’-problematiek van de achterban tegemoet te komen, moet een veldwerker zowel inzicht hebben als begrip kunnen opbrengen voor de inherente onmogelijkheid van een achterban om hem en zijn situatie volledig te kunnen doorgronden. Dit begrip zal hem behoeden voor ironie wanneer hij vragen of adviezen krijgt van mensen die gekoesterd noch gehinderd worden door alledaagse Afrikaanse kennis.

Een regelmatige informatiestroom naar de achterban kan hierin een zekere rol in vervullen. Een zekere...., want bezoekers die al jarenlang de maandelijkse nieuwsbrieven lezen, laten weten dat één weekje Ethiopia vele malen meer zegt dan een dikke map vol gedetailleerde schrijfsels......

 

Deze neiging tot gestage zelfoverschatting enerzijds en de onoverkomelijke kennisachterstand van het thuisfront anderzijds brengt de veldwerker in een gevaarlijk parket. Het zorgvuldig afwegen van de eigen mening versus de adviezen van ver weg kunnen daardoor steeds sneller doorslaan het eenvoudigweg opvolgen van je eigen ideeën. Met alle gevolgen van dien.

 

Daarom is het zo positief wanneer er derden in hetzelfde land wonen waarmee de veldwerker regelmatig kan sparren. Of wanneer veteranen die hun sporen in dat land verdiend hebben eens een weekje op bezoek komen om alle lopende zaken en verwikkelingen en plannen samen door te nemen. Ook hierin is het goed dat de mens niet alleen is.

 

8. Het probleem van het gebruik van de mantel der liefde als verstikkende dekmantel

Daar waar het dan vervolgens toch fout gaat, heb je een goede remedie nodig om de fout weer te herstellen. Ja: te herstellen. En dan zie je dat de meestgebruikte manier van oplossen is het “bedekken met de mantel der liefde”. Een charmant klinkende oplossing, die haaks staat op God’s woord. Nooit laat de Bijbel ruimte over om een probleem te laten voortbestaan en te verstoppen. Altijd wil het Woord een genezend licht zijn, gericht op gerechtigheid, op zuiverheid. In tal van gevallen zijn veldwerkers en bestuurders stilletjes afgeserveerd en werd de achterban om de tuin geleid met vage verklaringen als “botsende karakters” of “vanwege verschil in inzicht” of “beperkte budgetten noodzaakten ons....”. En gelukkig blijft dan de stroom van giften en collectes ongestoord doorgaan en wordt een vervanger geworven. De kleine kring om de betrokkenen heen weet meestal heel goed waar de schoen wringt, maar “om de lieve vrede wil” houdt men zijn mond en wordt ook de benadeelde gedwongen de waarheid te verzwijgen, al blijven tal van kwetsende geruchten jarenlang rondzingen. Er zijn veel mensen die vanwege dergelijke afwikkelingen langdurig gedesillusioneerd en verbitterd thuis zitten. Dit is zo slecht, voor alles en iedereen.

 

9. De betere weg om de problemen te werkelijk op te lossen

De Bijbel legt overal de nadruk op gerechtigheid, zelfs als het nastrevenswaardige hoofdkenmerk van het komende Koninkrijk. De mantel der liefde is bedoeld om te zorgen voor geschonden mensen, om hen te genezen. Maar nooit is de mantel der liefde bedoeld geweest voor het wegbergen van het benodigde geneesmiddel.  Zet je de Bijbelse voorschriften over het corrigeren van misstanden op een rij, dan zul je verbazen over de mate van openlijkheid die daarmee gepaard gaat.

 

De kern van onderlinge correctie leert Christus Jezus ons in Mattheüs 18:15-17. “Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen.

Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat.

Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn.”

Je ziet de opbouw van de vertrouwelijke onderlinge correctie, stapsgewijs oplopend tot een steeds bredere inzet van wijze mensen, uitlopend op het openbaar maken van de niet te corrigeren persoon.

Ook koning Salomo adviseert aldus: Openbare bestraffing is beter dan verborgen liefde (Spreuken 27:5) en wijst er wel op om niet alle vertrouwelijke privé-zaken van een ander er bij te halen (25:9). Ook mildheid blijft een aandachtspunt: Bestraf een oude man niet hard, maar vermaan hem als een vader; de jonge als broeders. (1 Tim. 5:1).

Maar de hoofdmoot blijft wijzen op het sanerende karakter van een openbare behandeling en bestraffing van openbare fouten. Zie daarvoor de volgende schriftplaatsen:

  • Maar toen Petrus naar Antiochië gekomen was, ging ik openlijk tegen hem in, omdat hij te veroordelen was… zei ik tegen Petrus in het bijzijn van allen… (Gal. 2:11-14)
  • Wijs hen die zondigen, in tegenwoordigheid van allen terecht, opdat ook de anderen vrees zullen hebben. (1 Tim. 5:20)
  • Spreek over deze dingen, bemoedig en wijs met alle gezag terecht. (Titus 2:15)

Doofpotten zijn stikpotten. Onderhuidse wonden dienen open gemaakt te worden en volledig gereinigd en gezuiverd te worden. Zo niet, dan worden het grote, stinkende wonden die nooit helen, maar blijven infecteren.

 

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat door tientallen gevallen van zulk wegmoffelen wij de geboden kansen hebben gemist om gezamenlijk te begrijpen wat er mis ging en kan gaan en wat we hiervan moeten leren. Aan deze gevaarlijke kust hebben wij een heel peleton aan bergingsmaterieel met dekzeilen klaarliggen, die elk schip op het strand de nuttige taak van ‘baken in zee’ ogenblikkelijk ontneemt.

Ik zou er voor pleiten om dit te veranderen. Het openleggen van misstanden, het rechtzetten van onrecht en het belijden van fouten is geen schande. “Falen is niet het vallen, maar het blijven liggen”. Of laten liggen. De schande is dat wij zo zijn en proberen dit te verdoezelen. Ik geef toe: ik vind het ook erg moeilijk om mijn fouten te benoemen en geef er ook de voorkeur aan om ‘zachtkens’ behandeld te worden. Maar niemand, ik ook niet, wordt daar beter van. Laten we terugkeren naar de billijke en zuiverende Bijbelse weg van genezing.

 

Een mooie spreuk van De Genestet in dit kader is deze:

 

Door schaad’ en schande wordt men wijs,

Jawel, met dien verstande,

Dat men de schade stelt op prijs

En God dankt voor de schande!

 

10. Een voorstel

Laat eens een sociologiestudent, een antropologie- of een theologiestudent dit probleemveld als onderwerp van zijn masterthesis maken. Of laat – op z’n polders – een klein comité van vertegenwoordigers van zendingsorganisaties en uitzendende NGO’s dit eens als winterthema nemen en daarna een platform voor uitwisseling van nieuw-ontstane leerzame ervaringen instandhouden. In de hoop dat er een nieuwe lente en een nieuw geluid uit voortspruit, waarmee alle thuisblijvers en wegtrekkers geholpen zullen zijn. Zodat wij eerlijker en eerder de moeilijke lessen van ons menselijk falen zullen leren en de schade en schande van onwerkbaarheid steeds beter leren voorkomen. Tot ieders nut, tot Zijn eer.

 

 

Jan van de Haar

Ethiopia – augustus 2013



Terug naar nieuws

Contact Wilt u meer weten?
Neem dan contact met ons op via het contactformulier.
Disclaimer Familie Van de Haar in EthiopiŽ ©2011 | Sitemap | Contact